FAQ
Pasvorm
Een goed pak zit niet simpelweg strak of ruim. Het volgt jouw lichaam, houdt rekening met jouw houding en biedt voldoende bewegingsvrijheid. En minstens zo belangrijk: de verhoudingen moeten kloppen.
Niemand is gemiddeld. De ene man heeft aflopende schouders, de ander een holle rug, langere benen of juist een relatief lang bovenlichaam. Daarom kijken wij bij een pak niet alleen naar maten, maar ook naar houding, lichaamsbouw, verhoudingen en hoe jij je kleding wilt dragen. Een paar millimeter of centimeter kan daarbij verrassend veel verschil maken.
Lichamelijke problemen kan een maatpak niet oplossen. De meeste houdingen kunnen wel gecamoufleerd worden zodat bijvoorbeeld een ronde rug minder opvalt en het jasje zonder al te veel plooien aan de voorzijde sluit. Als jij jouw schouders naar voren draait en we passen dat niet aan in het patroon dan beweeg je minder comfortabel. Ook gekantelde bekken kunnen door een patroonaanpassing meegenomen worden zodat het jasje te veel ruimte heeft in de rug en te weinig in het voorpand. Ook hangende of hoge schouders kunnen ervoor zorgen dat een jasje niet in balans hangt en dat er onnodige plooien ontstaan. Als we dat in het patroon niet corrigeren, belemmert dat ook jouw bewegingsvrijheid. Voor de broek geldt hetzelfde. Als jij jouw bekken kantelt of een vlakke heup hebt moeten we dat corrigeren in het patroon zodat de broek niet tegen de benen aankruipt.
Tijdens het meten kijken we uitgebreid naar jouw houdingen zodat we dat mee nemen in het patroon zodat jouw jasje en broek mooi en comfortbal zit.
De klassieke vuistregel is dat een jasje het zitvlak bedekt. Maar alleen die regel volgen vinden wij te makkelijk. De ideale jaslengte wordt bepaald door jouw totale verhoudingen: lengte van je benen, lengte van je bovenlichaam, schouders, positie van de zakken, taillepositie en het model van het jasje.
Een iets korter jasje kan sportiever ogen. Een langer jasje geeft vaak meer rust en elegantie. Te kort kan je bovenlichaam echter gedrongen laten lijken en het jasje uit balans brengen. We kijken daarom niet alleen naar centimeters. We kijken naar jou. Vaak geldt wel dat iets langer beter is dan iets omdat dat het jasje vierkanter maakt.
De juiste broeklengte hangt af van de breedte van de broekspijp, de hoogte waarop je de broek draagt, je schoenen én de uitstraling die je zoekt. Bij een moderne, smallere broek kiezen we meestal voor weinig tot geen knik op de schoen. Bij een ruimere broek mag de pijp langer vallen en een lichte knik maken. Hele smalle broeken worden vaak ook korter gedragen.
Belangrijker dan één voorgeschreven lengte is dat de broeklijn rustig doorloopt. Te veel stof op de schoen maakt het silhouet onrustig.
De juiste broeklengte bepalen we daarom altijd in verhouding tot de rest van de broek en meest waarschijnlijke schoenen die je er onder zal dragen. Dat doen we dus ook pas nadat we de broek gemaakt hebben en in overleg met jou.
De hoogte van je broek heeft veel invloed op hoe lang je benen en bovenlichaam lijken en hoe prominent een buik oogt. Een hogere taille kan de benen optisch verlengen en geeft vaak een rustigere overgang tussen broek en jasje. Dat is vooral mooi wanneer je relatief korte benen, een langer bovenlichaam hebt of een kleine buik. Een lagere broek kan juist passen bij iemand met lange benen of bij een uitgesproken casual uitstraling.
Wij zijn sowieso geen groot liefhebber van een broek die extreem laag op de heupen hangt. Bij een pak zorgt een iets hogere broek meestal voor mooiere verhoudingen én meer comfort. Een casual broek mag uiteraard lager zijn in de lijfhoogte net als jouw spijkerbroek. Maar (gelukkig) worden broeken in het straatbeeld wel wat wijder en hoger. Ook voor de meer casual broeken.
De kraag van een goed jasje hoort netjes tegen de nek en de kraag van je overhemd aan te liggen als je staat. Ontstaat er ruimte tussen nek en jasje, dan klopt vaak de balans van het jasje niet helemaal met jouw houding. Dat kan bijvoorbeeld komen door de stand van je schouders, een rechte of juist gebogen houding of de manier waarop het jasje over je rug valt.
Het probleem zit dus lang niet altijd in de kraag zelf. Bij maatwerk kijken we naar het hele patroon. De kraag is soms alleen de plek waar je ziet dat er ergens anders iets niet klopt.
Een bandplooi geeft extra ruimte aan de voorkant van de broek. Daardoor kan de broek soepeler over heupen en bovenbenen vallen en krijg je meer bewegingsvrijheid wanneer je zit.
Maar een bandplooi is niet alleen functioneel. Hij verandert ook het silhouet. Een goed gesneden bandplooibroek kan juist een lange, elegante lijn creëren.
De oude gedachte dat een bandplooi je automatisch dikker maakt, klopt wat ons betreft niet. Een slecht gesneden broek maakt weinig mensen mooier. Een goed geplaatste bandplooi kan juist voor rust, comfort en verhouding zorgen zeker als de heup relatief strak en met weinig ronding wordt gesneden.
Horizontale plooien zijn meestal een teken dat stof ergens wordt opgestuwd of dat lengte en ruimte niet goed verdeeld zijn. Waar de plooien zitten, vertelt veel. Plooien direct onder de kraag hebben vaak een andere oorzaak dan plooien onderin de rug. Houding, schouderstand, een holle of ronde rug en de balans tussen voor- en achterpand kunnen allemaal een rol spelen.
Een rug hoeft overigens niet volledig glad te zijn. Je moet nog kunnen bewegen. Het doel is niet een jasje zonder plooien, maar een jasje dat in rust mooi valt en tijdens het dragen comfortabel blijft.
De breedte van een revers moet in verhouding staan tot je schouders, borst, gezicht en het totale model van het jasje. Een brede man kan meestal makkelijker een wat breder revers dragen. Bij een smaller postuur kan iets minder breedte mooier zijn. Maar stijl speelt minstens zo'n belangrijke rol. Ook de positie van de knoop, de lengte van het jasje en de opening van het voorpand beïnvloeden hoe een revers oogt.
Trends veranderen. Goede verhoudingen veel minder. Daarom kiezen wij liever een revers dat bij jou en het jasje past dan een revers dat toevallig dit seizoen in de mode is.
Wij vinden het belangrijk om daarin een goede balans te zoeken. Een pak dat alleen perfect oogt wanneer je stokstijf voor een spiegel staat, is niet perfect. Een pak wordt gemaakt om in te leven. Je moet er dus ook comfortabel in kunnen bewegen en zitten.
Wanneer je gaat zitten, trekt een jasje iets omhoog en komt een broek strakker rond bovenbenen en zitvlak te staan. Dat is normaal. Een pak hoeft zittend niet hetzelfde beeld te geven als wanneer je rechtop staat.
Bij een traditioneel jasje maak je de knoop open voordat je gaat zitten. De broek moet voldoende ruimte hebben bij bovenbeen, kruis en zitvlak om comfortabel te blijven. De broek iets optrekken voordat je gaat zitten geeft iets meer ruimte om te gaan zitten.
Een lichte vorm rond de taille is mooi. Daardoor oog je krachtiger en voel je je sterker en slanker. Maar als er te veel spanning bij de knoop ontstaat en die eruitziet alsof hij hard aan het werk is, dan zit de taille te strak. Het voorpand moet bij een gesloten jasje rustig vallen. Als vanuit de gesloten knoop duidelijke plooien naar buiten lopen, staat er meestal te veel spanning op het jasje. Het jasje kan te smal zijn rond taille, buik of heupen, maar dat hoeft niet de enige oorzaak te zijn. Ook de positie van de knoop, de balans van het jasje en jouw houding spelen mee. Een jasje dat simpelweg breder wordt gemaakt, zit daarom niet automatisch beter.
Bij een lange man proberen we lengte niet per definitie te verbergen. Goede lengte mag je juist laten zien.
Wel zoeken we naar balans. Denk aan voldoende jaslengte, een revers met wat presence en een broek die niet onnodig smal of kort wordt gemaakt. Ook een iets hogere knooppositie, structuur in een stof of een subtiel dessin kan de verhoudingen beïnvloeden.
Belangrijker is de verhouding binnen jouw lengte. Twee mannen van 1,95 meter kunnen totaal verschillend gebouwd zijn. De een heeft extreem lange benen, de ander vooral een lang bovenlichaam. Daar begint maatwerk.
Bij een kortere man zoeken we meestal naar een rustig en langgerekt silhouet. Een broek die mooi op hoogte gedragen wordt kan de benen langer laten lijken. Een rustige stof, nette schouderlijn en goed gekozen jaslengte helpen eveneens.
De verleiding bestaat om het jasje vervolgens heel kort en de broek heel smal te maken. Daar zouden wij mee oppassen. Te kort en te strak kan de verhoudingen juist benadrukken in plaats van verbeteren. Het doel is niet om langer te lijken. Het doel is dat alles klopt, waardoor jouw lengte minder relevant wordt.
Brede schouders hebben meestal geen extra hulp nodig. We hoeven ze dus niet automatisch nog breder te maken met veel padding of een sterk opgebouwde schouder.
Een zachtere schouderconstructie kan juist prachtig zijn. Vervolgens kijken we naar de verhouding tussen schouders, borst, taille, revers en broek.
Ook hier geldt: probeer een lichaamskenmerk niet krampachtig te verbergen. Gebruik kleding om er balans in te brengen. Goede kleding corrigeert niet zozeer je lichaam. Het brengt je verhoudingen tot hun recht. Maar let op. Bij brede schouders en ook grote biceps gaat het ook om de armomvang en de diepte van het armsgat en de doorsneden van die ronding om fijn te kunnen bewegen.
Bijna niemand is volledig symmetrisch. De ene schouder staat regelmatig iets lager dan de andere. Dat kan door lichaamsbouw, houding, werk, sport of simpelweg door de manier waarop je staat. Bij maatwerk houden we daar in het patroon en de constructie rekening mee. Bijvoorbeeld door verschillen in schouderhoogte, mouwinzet of balans te verwerken in de opstelling van het patroon.
We willen daarbij niet ieder natuurlijk verschil volledig wegpoetsen. Jij bent immers geen paspop. Het doel is dat het jasje rustig en natuurlijk valt zonder dat zichtbaar wordt hoeveel techniek daarvoor nodig was. Dat is precies waar goed kleermakerswerk interessant wordt. Comfort en esthetiek nemen we beiden mee.
Een broekspijp hoort vanuit het bovenbeen rustig naar beneden te vallen. Als de zijnaad of vouw om het been draait, kan dat komen door de stand van jouw benen of door de balans van het patroon.
Niet ieder been staat namelijk kaarsrecht naar voren. De stand van knieën, heupen en voeten verschilt van persoon tot persoon. Ook links en rechts kunnen verschillen.
Daarom is een goede broek meer dan taillewijdte en binnenbeenlengte. Een kleermaker kijkt ook naar hoe jij staat en loopt.
Een lichaam verandert. Gelukkig kan goede kleding vaak mee veranderen. Bij een broek is er, afhankelijk van de constructie en beschikbare naadtoeslag, vaak ruimte om de taille iets in of uit te nemen. Ook een jasje kan op verschillende punten worden aangepast. Daarom kijken we bij NEW TAILOR ook na aankoop graag naar je kleding. Soms is een relatief kleine aanpassing genoeg om een pak opnieuw goed te laten zitten.
Goede maatkleding koop je wat ons betreft niet om één seizoen perfect te zijn. We maken kleding liever zo dat je haar met plezier draagt, onderhoudt, aanpast en uiteindelijk tot de laatste draad verslijt.
Hoeveel mogelijk is, hangt af van het kledingstuk, de constructie en waar jouw lichaam veranderd is. Een goed gemaakt pak kan (al dan niet met aanpassingen van de omvang) goed aangepast worden als jouw gewicht verandert. Zeker binnen een marge van 6 kilogram. Wat niet kan is de schouders breder maken. Dus heel veel trainen of sporten specifiek op de schouders vraagt uiteindelijk wel om een nieuw jasje.
Trouwkleding
Reken met zo’n twaalf tot veertien weken. Dan heeft niemand stress. Het uitzoeken van een trouwpak is een beleving en feestje op zichzelf. Vaak komen aanstaande bruidegoms eerst een keer oriënteren, daarna met een vader of best man de stof uitzoeken en het model bepalen. Die afspraak worden ook de maten bepaald. Het maken zelf kost zo’n acht weken. Hierna kunnen we het pak (en overhemd) doorpassen. Het helemaal afmaken van het pak duurt dan ook nog zo’n twee weken. pulvinar dapibus leo.
Kun je een trouwpak later vaker dragen?
Ja. Graag. Er wordt al veel te veel kleding gemaakt voor slechts een moment. We moeten bewust bouwen aan een garderobe. Voor dat ene moment maar wel met in het achterhoofd dat je het later ook kan en wil dragen.
Bij NEW TAILOR vinden we het juist een voorwaarde en mooi als dat wat je voor zo'n belangrijk moment laat maken daarna onderdeel wordt van je garderobe. Onze Wedding Wear-filosofie zegt expliciet dat trouwkleding ook daarna met plezier gedragen kan worden.
Wil je het pak later zakelijk dragen, kies dan een stof en kleur die beide werelden aankunnen. Donkerblauw, bepaalde bruintinten, taupe of een rustige structuur zijn makkelijker opnieuw te combineren dan een heel uitgesproken ceremoniële stof.
Vervolgens kun je op je trouwdag het verschil maken met het vest, overhemd, das, schoenen en accessoires. Na de bruiloft laat je die weg en verandert hetzelfde pak ineens van trouwpak in businesspak.
Nog slimmer: denk niet alleen aan het complete pak. Het jasje kan later misschien met een andere broek worden gedragen en de pantalon met knitwear of een ander jasje.
Dan koop je geen trouwpak voor één dag. Je begint je volgende garderobe ermee op te bouwen.
Door niet te beginnen bij de vraag: welk trouwpak wil ik? Begin bij de vraag: hoe wil ik eruitzien en hoe wil ik me voelen op mijn trouwdag? Dat verschil lijkt klein, maar verandert vrijwel iedere keuze daarna.
Een trouwpak gaat er vaak als een typisch trouwpak uitzien wanneer te veel elementen tegelijkertijd bijzonder willen zijn: opvallende kleur, glanzende stof, contrasterend vest, afwijkende knopen, opvallende schoenen, pochet én bijzondere accessoires. Daar zijn wij niet zo van. Alles afzonderlijk kan mooi zijn. Alles tegelijk meestal niet.
De richting die NEW TAILOR voor 2027 ziet, is juist interessanter: zachtere tailoring, meer textuur, mooie natuurlijke stoffen, minder harde constructie en een silhouet waarin je kunt bewegen. Minder verkleed, meer jezelf.
Laat daarom één of twee elementen het karakter bepalen. Dat kan een prachtige stof zijn. Een double-breasted jasje. Een bijzondere kleur. Een vest. Of juist een fantastisch klassiek donkerblauw pak dat werkelijk perfect zit.
Er zijn veel redenen om voor maatwerk te kiezen. Je laat iets persoonlijks maken, iets unieks en het proces is superleuk en gezellig. Je neemt bijvoorbeeld je getuigen mee naar een oriëntatieafspraak en je moeder bij het aanmeten en definitief kiezen. Bovendien wordt het naar jouw maten en wensen gemaakt. Dat wil je ook een keer meemaken (en daarna ben je waarschijnlijk hooked). De mogelijkheden zijn eindeloos. Zorg dus dat je kiest voor een kleermaker waarmee je een klik hebt. Zowel qua styling als qua pasvorm. Uiteraard is het ook belangrijk waar het gemaakt wordt. Bij NEW TAILOR maken we bijvoorbeeld (al) 30% van de pakken en jasjes volledig in huis. Ook de pakken die we maken in Italië zijn superlicht, clean en comfortabel. De pakken die we in Portugal laten maken zijn weer formeler en krachtiger.
Bij een winterbruiloft mag een stof juist meer gewicht, textuur en diepte hebben. Denk aan flannel, twill, tweed, donegals of een wol-cashmere blend.
Laat het seizoen terugkomen in de structuur en tactiliteit van de stof. Juist daarin zit de rijkdom van winterkleding.
Dat doet meer dan je warm houden. Een winterstof verandert de hele uitstraling van een pak. Flannel oogt zachter en rijker, een twill kan juist formeler zijn en een subtiele tweed of visgraat geeft karakter. Ook de kleuren mogen in de winter dieper zijn. Espresso, donkerbruin, forest green, taupe, charcoal en uiteraard donkerblauw werken prachtig. Een spierwit overhemd onder navy kan op een winterbruiloft echter wel zakelijk ogen; een zachtere combinatie kan dan interessanter zijn. Kom je oriënteren dan laten we je vast wat zien.
Bij een bruiloft van 30°C wil je vooral een stof die licht en luchtig draagt. Linnen, lichte wol en wol-linnen-zijde blends zijn dan uitstekende keuzes. 100% linnen is de meest uitgesproken zomers. Het ademt goed, oogt mat en ontspannen en mag kreuken. Dat laatste is geen probleem, als je het ons vraagt, maar juist onderdeel van het karakter van linnen. Wil je iets formeler blijven, kijk dan naar Iers linnen of een lichte wol. Een wol-linnen-zijde blend zit daar mooi tussenin: luchtig en zomers, maar met iets meer vorm en verfijning. En wellicht iets meer voor de bruidegom. 100% linnen laat je dan aan je gasten over.
Minstens zo belangrijk als het doek is wat er onder die stof gebeurt. Een zwaar geconstrueerd, volledig gevoerd jasje van een lichte stof kan nog steeds warm zijn. Kies bij hoge temperaturen dus voor een lichte constructie.
En pas op met één hardnekkige aanname: dunner is niet automatisch koeler. Openheid van de weving, constructie, voering en hoe ruim het pak gesneden is, bepalen mede hoe comfortabel je je voelt.
Voor een bruiloft vinden we de smoking vooral mooi als avondkleding. Overdag trouw je bijvoorbeeld in een pak of jacquet en voor diner en feest kleed je je om. Dat voelt misschien extravagant, maar juist op zo'n dag mag dat.
Een smoking oftewel Black Tie als dresscode maakt het feest magisch zeker als alle gasten in smoking verschijnen. Dat doet iets met de man. Alleen al het moment van de voorbereiding en het aantrekken van de smoking zorgt voor een mentale voorbereiding dat het een bijzondere feestelijke avond wordt. En dat iedereen zijn best heeft gedaan en homogeen gekleed gaat, doet iets met een groep mensen en dus met de avond.
Traditioneel bestaat een smoking uit een zwart of nachtblauw jasje met zijden revers, een bijpassende broek met galon, een smokinghemd en een zwarte strik. Maar binnen die traditie is tegenwoordig behoorlijk veel mogelijk. Denk aan een velours smokingjasje in racing green of bordeaux, of in de zomer juist een off-white dinner jacket. Ook een fraaie witte of off-white broek met een velvetjasje erop is fraai.
En het mooie: een goede smoking koop je niet voor één avond. Die hangt de komende jaren klaar voor gala's, diners, feestelijke gelegenheden en alles waar Black Tie op de uitnodiging staat.
Een jacquet draag je overdag bij zeer formele gelegenheden. Het is de klassieke morning dress en daarmee een van de meest formele keuzes die je als man voor een huwelijk kunt maken. Traditioneel bestaat het uit een lange zwarte of donkergrijze jas tot in de knieholte met weggesneden voorpanden, een gestreepte broek en een vest. Maar ook hier hoeft klassiek niet ouderwets te zijn. Een vest in buff, zand of lichtblauw kan bijvoorbeeld een jacquet een veel persoonlijkere en zomerse uitstraling geven. Ook kan je ‘spelen’ met de vorm van het vest.
Voor een formele bruiloft overdag is een jacquet prachtig. Zeker wanneer de ocatie en de ceremonie daar ook om vragen. Denk eerder aan een landgoed, stadspaleis of klassieke kerk dan aan blote voeten op het strand als je een jacquet mooi vindt voor de grote dag.
Het bruidspaar bepaalt de dresscode. De bruidegom kiest daarom vaak als eerste zijn pak en stof. Uiteraard kun je als getuigen, vader van de bruid of andere daggast even checken wat de bruidegom gaat dragen om er zeker van te zijn dat hij het middelpunt van de dag kan zijn (van de mannen dan natuurlijk). Het bruidspersoneel kan natuurlijk ook allemaal hetzelfde pak laten maken, zoals vaak in Engeland gebeurt, of kiezen voor bijvoorbeeld dezelfde das (of kousen) zodat er een groepsgevoel en rustig beeld ontstaat. Het is geen regel dat getuigen hetzelfde pak aan moeten hebben.
Uiteraard moet jouw trouwpak passen bij de trouwjurk. Vooral de stijl van de jurk is belangrijk. Een klassieke of strakkere jurk geeft een ander beeld en vraagt immers om een ander pak. Qua kleur kiezen we vaak voor een contrast met de jurk zodat deze echt de aandacht krijgt en houdt. De hoeveelheid glans en de kleur van de jurk bepalen wel de kleur van het overhemd. Wij pleiten voor een warme witte kleur. Niet te koud wit om jou, het pak en de bruid te laten schitteren.
Moet het trouwpak passen bij de locatie?
Je kiest niet voor niets jouw bruid, jouw dag, jouw locatie en jouw pak. Dat doe je bewust. Dus uiteraard bepaalt de locatie ook de stijl van jouw pak. Bij een kasteel of statig herenhuis hoort wat ons betreft een ander type pak, model en stof dan bij een bruiloft op een strand of in een bosrijke omgeving en een hut.
Het uitzoeken, doorpassen en het uitzoeken van de accessoires zijn allemaal leuke momenten die je uiteraard ook met je partner kan en misschien ook wilt beleven. De traditie is echter vaak dat je juist het definitief bepalen van de stof en het meten zonder jouw aanstaande bruid doet. Maar uiteraard is dat aan jou/jullie. Ze is in ieder geval welkom. Sterker nog we vinden het leuk en gezellig. Dus misschien is het een idee als ze meekomt bij het oriënteren zodat we samen al wat opties in kaart brengen. neem je bij het definitief uitzoeken jouw vader of best man mee.
Kies schoenen die passen bij de stijl van de rest van je outfit. Ook hier geldt: hoe donkerder hoe formeler. Laat de kleur van de knopen van je jasje matchen bij je schoenen. Donkerbruin kan eigenlijk altijd! Onder een combinatie kan je heel goed kiezen voor een suède, bij een formeler pak is een gladde leren schoen beter. Laatste tip; loop ze wel even in. Van hele krappe of te ruime schoenen wordt niemand gezelliger.
Ons ambacht
De basismaten voor ons als kleermaker zijn: halsomvang, bovenwijdte, voorbreedte, rugbreedte, taillehoogte en -wijdte, heupomvang, armlengtes, ruglengte, rughoogte, schouderbreedte, armomvang en polsomvang voor een jasje en overhemd. Voor de broek zijn dat bandwijdte, heupomvang, lijfhoogte, beenlengte, bovenbeenomvang en de kuitomvang. Ook willen we de schoenmaat weten omde pijpomvang mede te bepalen.
De lichaamshoudingen zal hij waarnemen en eventueel controleren middels een paspak. Met een paspak kan hij ook gewenst comfort en silhouet afstemmen.
Bij een eerste pas van een kledingstuk kijken we kleermaker of het patroon en de stof samen het gewenste effect hebben qua pasvorm en stijl. We controleren of we goed gemeten hebben, of de houdingen kloppen en spelden of krijten af wat we nog willen aanpassen voor een tweede fit. We kijken allereerst of het jasje en broek in balans hangen, de kraag in de nek ligt, de voor- en achterpanden horizontaal hangen en de panden aan de voor- en achterpand niet scharen of anderszins weglopen. Eventueel plooien spelden we nog weg om bij de aanpassingen definitief weg te halen mits dat de bewegingsvrijheid niet belemmert. Daarnaast kijken we natuurlijk of de mouwen optisch recht hangen en de juiste lengte hebben. Feitelijk is een fit een extra check of esthetiek en comfort met elkaar in balans zijn. |
Jouw lichaamshouding moet meegenomen worden in het patroon omdat het kledingstuk daardoor beter en fijner zit. Je kan er makkelijker door bewegen, er zijn geen onnodige plooien en het jasje, de broek en het vest hangen in balans. Daardoor houden we rekening met een ronde rug, een nek die je naar voren hebt staan, een holle rug of een vlak zitvlak. Ook een (klein) buikje of de hoge of hangende schouders kunnen zorgen voor disbalans en revers die niet aansluiten op de borst of een wijkende kraag. Door rekening mee te houden met jouw houding in het patroon wordt het jasje en het beeld van jou krachtiger en mooier.
In alle gevallen zal er een basisopstelling van een patroon moeten zijn of komen. Een bestaand patroon of eentje die vanuit de ruglengte en gewenste voor-, zij en achterbreedte wordt uitgezet met de smaak van de betreffende kleermaker bijvoorbeeld hoe het armsgat wordt berekend en uitgezet. Wij hebben voor de diverse ateliers een sjabloon waaruit we werken en aanpassen op jouw maten, houdingen en wensen. Hierdoor hoeven we dus niet helemaal from scratch jouw patroon te tekenen. Dat doen we alleen als dat echt noodzakelijk is voor een goede pasvorm of een bijzonder model.
Een patroon voor een jasje heeft zonder zakken 12 patroondelen. En patroon is een twee dimensionaal model van een jasje die door manier van stikken en het binnenwerk een drie dimensionaal model wordt.
Voor aanpassingen voor lichaamshoudingen worden de patroondelen aangepast om onnodige plooien te voorkomen en bewegingsvrijheid te bevorderen. Bijvoorbeeld een pand wordt opengedraaid en verlengd omdat iemand een ronde rug heeft of bijgesneden voor hangende schouders. Dat moet je dan op minimaal 4 patroondelen doen omdat voor- en achterkant van een jasje wel in balans moet komen. Voor een urban, vest of broek moeten soortgelijke aanpassingen gedaan worden voordat het patroon op de stof gekrijt kan worden om te worden geknipt. |
Mocht jij ons een vraag willen stellen, mail dan naar utrecht@newtailor.com
Business Wear
Die vraag is natuurlijk niet te beantwoorden. In ieder geval, zouden we zeggen, een eentje die je voor meerdere gelegenheden kan gebruiken: een presentatie, een sollicitatie, een begrafenis of een feest. Donkerblauw is dan een fijne kleur voor een man. Een tweede pak, als je vaker per week een pak draagt, heeft wellicht dezelfde kleur en is bijvoorbeeld iets dunner voor de zomer of iets dikker voor de winter. Een derde pak is grijs of bruin voor de winter en linnen voor de zomer. Na deze basis kun je het arsenaal uitbreiden met pakken waarvan je het jasje ook op een chino, jeans of flannel broek kunt dragen.
Lees hiervoor deze blog
Hoe lang een pak meegaat is natuurlijk afhankelijk van het gebruik, de kwaliteit van de stof en de pasvorm. Maar omdat een maatpak voor jou gemaakt is, zul je er vast goed voor zorgen. We kiezen de beste materialen en geven je tips over hoe je er het beste mee om kunt gaan. Een goede kledinghanger verlengt de levensduur zomaar met 10% omdat het jasje en het binnenwerk zo in rust beter in model hangt. Als je een goed pak minder vaak stoomt maar gewoon laat luchten en borstelt, helpt dat ook. Wol heeft een zelfreinigend vermogen, dus hoeft stomen of reinigen alleen als er vlekken zijn. Onze pakken gaan in de regel gerust 10 jaar mee. Zeker als je voldoende kleding hebt om af te wisselen. Maar als je het een keer in de week draagt, is een levensduur van 5 jaar geen unicum. Eerder het minimum. Tweed pakken gaan vaak nog langer mee omdat de stof sterk is en je dit pak ook alleen in de wintermaanden zal dragen. Flannelbroeken van Italiaanse wol zijn minder compact geweven en gaan minder lang mee dan Engelse flannels. En zo zijn er allerlei variabelen die de duurzaamheid beïnvloeden.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Stoffen
De beste stof voor jouw nieuwe pak, jasje of broek is volledig afhankelijk van variabelen zoals waarvoor je het pak wilt gebruiken, het klimaat/seizoen, het model, waar je het pak het meeste draagt, de maakwijze en wat je zelf simpelweg ‘mooi’ vindt. Er is dus geen eenduidig antwoord. Juist door over dit soort variabelen na te denken kom je bij jouw ‘beste stof’. Voor een trouwpak stel je waarschijnlijk andere eisen aan het design dan aan zakelijke pak.
De beste investering voor een man is waarschijnlijk een goed blauw pak waarvan je het jasje ook kunt combineren met een chino, grijze broek of jeans. Je komt dan uit op een drogere, open geweven stof die strak oogt, maar ook stoer genoeg is om te combineren. Laat het maken met het soepelste binnenwerk en zo mooi mogelijk, zoals jij je het kunt veroorloven. Je zal er jarenlang plezier van hebben.
Van alle vezels kreukt mohair het minst, door de natuurlijke elasticiteit en draaiing in de vezels. Mohair draagt heerlijk cool en is zeer geschikt voor zomerpakken bijvoorbeeld. Wel is mohair is robuuster. Ook in het dragen. Wolvezels hebben ook een natuurlijke elasticiteit, waardoor het nauwelijks kreukt.
Variabelen als vezeldikte, vezellengte, twijnen en draaien tijdens het spinnen, het type weving en de finishing hebben hier ook invloed op. Stoffen waarvan de garens wat verder op spanning zijn gedraaid, kreuken het minst, omdat hierdoor extra elasticiteit ontstaat.
Voor hemden zijn twills zachter en kreuken daardoor minder dan oxfords en poplins. Een range van Thomas Mason heeft een nabehandeling ondergaan waardoor het minder kruekt en makkelijker strijkt.
We werken met alleen natuurlijke stoffen en die hebben altijd wel iets van een kreuk die we voor lief nemen en juist ook karakter aan stof geven. Liever dat, dan synthetische stoffen die weliswaar niet kreuken maar ook niet ademen.
Wol ademt van nature, dus is het ’s zomers sowieso fijn om te dragen. Voor een zomerpak kiezen we vaak een stof die niet zwaarder is dan 280 gram per vierkante meter, en bij voorkeur opener geweven zodat het nog makkelijker kan ademen. Ook kiezen we voor een dunner en soepeler binnenwerk. Uiteraard is ongevoerd of unconstructed (en een iets zwaardere stof) ook een optie.
Dit is een wol waarvan de garens tijdens het spinnen meer op spanning zijn gebracht. Deze garens willen continue terugveren naar hun oorspronkelijke vorm, waardoor de stof veel minder kreukt.
Dit getal zegt met name iets over de diameter van de wolvezel. Oorspronkelijk werd door ervaren spinners geschat hoeveel garenstrengen van 512 meter eruit een pound gekamde wol kon worden gesponnen. Dit werd uitgedrukt door dit getal; als de vezel verfijnder was, kon er dus meer garen uitgesponnen worden en werd het Super-getal hoger. Ook is het aantal zijhaartjes en schubben bij dunne vezels lager zodat de vezel zelf zichtbaarder is. Hoe fijner de vezel en hoger het getal hoe meer het eindelijke doek zijn natuurlijke glans kan laten zien.
Tegenwoordig is dit gekoppeld aan de diameter van de wolvezel maar is het principe hetzelfde. Hoe lager de diameter, hoe dunner de vezel en dus hoe meer vezels in een baal wol zitten en dus hoe langer de draad gesponnen kan worden. Voor de sterkte van de draad is echter ook de lengte van de vezel van belang. Bij korte vezels moeten bij het spinnen meer losse vezels met elkaar worden ‘verbonden’.
Is een hoger Super-getal beter?
Dat is afhankelijk van wat je ‘beter’ vindt. Het zegt alleen iets over de verfijndheid van de vezel. Over het algemeen kun je zeggen dat stoffen met een hoog Super-getal zachter aanvoelen, soepeler vallen, meer glans hebben, maar ook kwetsbaarder zijn. De kwaliteit van een stof is echter afhankelijk van veel meer variabelen.
De lengte en sterkte van de draad worden ook bepaald door het maakproces van de draad en het doek. Bijvoorbeeld hoe de vezels in elkaar worden gedraaid (twisting), in hoeverre ze worden opgerekt tijdens het spinnen, of draden nog in elkaar worden gedraaid worden (twijnen) en hoe het uiteindelijke doek wordt afgewerkt.
Door slijtage kan een pak gaan glimmen. Na verloop van tijd ontstaan glimmende plekken op een pak door wrijving. De vezels worden hier heel compact samengeperst, waardoor gladde plekken ontstaan. Met luchten, uithangen en borstelen kun je dat proces vertragen.
Ook kunnen huidvetten op de stof en tussen de vezels terechtkomen. Dat kan door regelmatig afborstelen en of stomen worden opgelost; doe dat echter niet te vaak. Wol heeft een goed zelfreinigend vermogen.
Glans van een stof worden gerealiseerd door de finish van de stof. Door wollen stoffen heel fijn te kammen en uitstekende zijhaartjes op de vezels weg te branden, wordt een stof tijdens het finishen heel glad gemaakt. Hierdoor onstaat meer glans. Ook mohair met weinig zijhaartjes op de vezel zal van zichzelf zijn natuurlijke glans meer vertonen en dus eerder zonlicht reflecteren.
En ook pakken met synthetische stoffen glimmenmen meer omdat plastic reflecteert. We hebben et in bovenstaande telst dus wel over verschillende soorten glans en glim.
Uiteraard is de levensduur erg afhankelijk van gebruik. Linnen is een van de sterkste natuurlijke vezels, het is ook de enige vezel die sterker wordt als het nat wordt. Mohair is de sterkste dierlijke vezel. Een mohair vezel is volledig glad (waar wol een schubstructuur heeft), daardoor is het veel slijtvaster en pilt het amper. Dikkere stoffen gaan langer mee dan dunne stoffen. Engelse stoffen zijn vaak compacter en gaan daardoor ook langer mee.
Gebruik een high-twist wol, door de extra spanning in de garens springt deze stof uit zichzelf terug naar zijn oorspronkelijke vorm, waardoor je kreukarm het vliegtuig uitstapt. Vouw eventueel het jasje binnenstebuiten als je het op moet bergen en geen hanger beschikbaar is.
Kies voor linnen, als de gelegenheid het toelaat. Het ademt beter en neemt meer vocht op. Het is wel een stuk informeler door de kreuk. Als je het pak liever wat netter houdt, kun je beter een zomerse wol gebruiken, of een combinatie van wol met linnen. Die ogen netter en zijn daardoor iets formeler. Vroeger hadden we bij NEW TAILOR een pakkenthermometer waarbij we betoogden dat linnen boven de 25 graden de stof was voor een zomerpak. Tegenwoordig kan dat op een zonnige dag ook rustig bij 20 graden en meer.
Waarom kreukt linnen?
Vlas, de vezel die voor linnen gebruikt wordt, is vrij stijf en niet elastisch. Het springt hierdoor niet terug naar zijn oorspronkelijke vorm zoals wol doet. Wel kan het door de finish (of veelveeldig) gebruik zachter worden waardoor de kreukels minder hard zijn (en het jasje, broek of pak) heerlijk zacht zijn en als en pyama dragen.
Iedere stof die bestaat uit een combinatie van vezels wordt zo gemaakt omdat het daarmee de eigenschappen van de verschillende vezels combineert. Bij wol-zijde-linnen wordt dit bijvoorbeeld gedaan vanwege de vormvastheid van wol, de structuur en glans van zijde en het ademend vermogen van linnen. Bij combinaties krijg je dan ook de voordelen van de vezels die gebruikt zijn. Combinatie van materialen zijn over het algemeen wel arbeidsintensiever in het maakproces en daarmee exclusiever.
Kies voor een pak dat je twee dagen per week wilt dragen, zeker voor wol, vanwege de brede inzetbaarheid en omdat het door de natuurlijke elasticiteit na veel dragen mooi in vorm blijft. Opteer wel voor een stofgewicht van 330-350 gram per vierkante meter. Die is net voller waardoor het langer meegaat. Ook het garen en de weving spelen mee; de vezel moet niet te verfijnd zijn en een high-twistgaren in een compacte keperbinding of platbinding gaat langer mee.
Uiteraard is de stof voor een trouwpak erg afhankelijk van het type bruiloft. Linnen geeft een erg informele uitstraling; combinatiestoffen zijn voor een zomerse bruiloft fraai; een open geweven wol voor een klassieke uitstraling en een dunnere wollen stof met glans zorgt voor een chique uitstraling. De stof moet passen bij jou, de dag en de jurk. Een eenduidige antwoord is er niet.
.
Als je het snel warm hebt, ga dan voor wol maar niet zwaarder dan 300 gram per vierkante meter, liefst wat opener geweven zodat het beter kan ademen en een gladdere stof. Een belangrijk aspect is ook de constructie, oftewel het binnenwerk van je pak. Gebruik als je het snel warm hebt een dunner en lichter binnenwerk van minder laagjes.
In de basis kun je zeggen dat alles tussen 270 en 370 gram per vierkante meter stof een 4-seizoenenstof is, zeker in het geval van wol. Daaronder staat het zomergewicht, daarboven het wintergewicht. De vezels, garens en weeftechniek spelen daarbij nog wel een grote rol in het ademende of juist isolerende vermogen. Merinoschapen hebben vezels die niet hol zijn van binnen en daardoor minder isoleren. Cheviot schapen bijvoorbeeld, die in Engeland lopen, maar ook onze Tesselaars hebben dikkere (en hollere) haren die zorgen voor meer isolatie. Getwijnde draden maken het pak ook warmer (en sterker). Maar vooral de densiteit en dus hoe compact het doek geweven is, is van belang voor hoe warm het kledingstuk zal zijn. Als laatste is de tactiliteit van belang. Ruwere of ongeschoren stof zijn, in tegenstelling tot gladde stoffen, warmer door het psychologische effect en de extra isolatie door zijhaartjes die voor een extra laagje zorgen.
Flannel is een zachte, geruwde stof, voor pakken en meestal van wol. Na het weven wordt de stof behandeld zodat de vezels compacter tegen elkaar aan liggen. Daardoor wordt de stof compacter er en voelt het voller aan. Daarna wordt het opgeruwd met een borstel maar ook door het doek soepel te walsen. De losse zijhaartjes komen daardoor op de oppervlakte te liggen en zo krijg je het kenmerkende wollige oppervlak van flannel. Vaak worden ook de kortere wolvezels gebruikt, wat ook een wolliger oppervlak geeft. Flannels zijn vaak wat zwaarder en isoleren beter. Het verschil in Engelse en Italiaanse flannel zit met name in de densiteit van het doek. Fox Brothers krimpt de geweven stof bijvoorbeeld bewust van 210 cm breedte terug naar 150 cm breedte waardoor een denser doek ontstaat die lang meegaat, warm is en een mooie val (drape) heeft. Vitale Barberis maakt losser geweven doeken die heerlijk soepel vallen maar wel sneller vorm verliezen en eerder slijten.
Fresco is een geregistreerde merknaam die stoffenhuis Hardy Minnis geeft aan hun high-twist, open geweven wollen stoffen. Martin & Sons, een stoffenhuis dat tegenwoordig onderdeel is van Hardy Minnis, vond een specifieke weeftechniek uit die gepatenteerd werd. Maar het is wel de Spa onder de type aanduiding voor een high twisted garen die open geweven wordt voor zowel jasjes als pakken.
Veel stoffenhuizen hebben hun eigen variant en benaming. Dormeuil noemt het bijvoorbeeld Tonic Wool of Tropical Amadeus.
